woensdag 20 juli 2016

Sjalla hee, sjalla la sjalla hopsasa

Het is vakantie! En wat een heerlijk weer. Door de zon ziet het er allemaal een stuk vrolijker uit. Een duik nemen, in het diepe... Ik ga ervoor! Verhuizen en samenwonen; geen loondienst, maar mijn eigen praktijk. Heel spannend, toen ik tijdens het opruimen een oude video tegenkwam van Pippi Langkous moest ik denken aan haar motto: "Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan". Heel mooi in deze tijd. Met de vakantie in het vooruitzicht een heel goed voornemen voor deze zomer. Zijn er dingen die je niet hebt gedaan, want je denkt 'Ik kan het niet, het zal me niet lukken.' Stel jezelf de vraag 'Hoeveel bewijs is daarvoor?' Misschien is het wel een nieuw talent. Er valt veel te ontdekken. Aan de slag in je eigen huis, tuinieren, schilderen, nieuwe sporten uitproberen, samen met de kleintjes iets maken, doen of bekijken. Ga ervoor!

dinsdag 21 juni 2016

Zelfregulatie op het EK

"Dan word ik dus heel boos en dat wil ik niet", besluit het 8jarige jongetje bij mij aan tafel. Hij vertelde over ruzies op school, op het voetbalveld en thuis met zijn broer. Aan tafel kan hij goed uitleggen wat er gebeurt, en wat hij beter had kunnen doen. Op het veld lukt hem dat niet. Samen gaan we werken aan zelfregulatie. "Wat is dat??"
Ken je Christiano Ronaldo? Hij speelt voor Portugal. Hij is een goede voetballer, kan hard rennen met de bal. Overspelen doet hij niet zo vaak, liever scoort hij zelf. Als de scheidsrechter fluit wordt hij gelijk boos. Als het te lang duurt gaat hij anderen duwen en schreeuwen. De andere spelers vinden hem niet zo aardig. Ronaldo heeft weinig zelfregulatie.
Ken je Gareth Bale? Hij speelt voor Wales. Hij is een goede voetballer, hij speelt over naar de medespelers en zorgt voor kansen om te scoren, of scoort zelf. Als de scheidsrechter fluit kijkt hij op en luistert goed. De andere spelers vinden hem aardig. Bale heeft veel zelfregulatie.
Aandachtig luistert hij naar mijn 'kennis' over voetbal, hij knikt, kent de voetballers wel. "Ik zou wel meer als Bale willen zijn, kan ik dat leren?" Laten we kijken hoever we komen, tot de finale van het EK!

woensdag 18 mei 2016

Fruit!

Soms kun je nog wat leren door te luisteren naar het mensje tegenover je aan tafel. Het jongetje van tien jaar heeft een reeks diagnoses opgeplakt gekregen in de afgelopen jaren. Druk, anders dan anderen en extreme angsten, waardoor hij naar het speciaal onderwijs gaat. Op school loopt dat best goed, maar thuis, buiten in de speeltuin werkt het niet altijd even soepel. Hij rent wat houterig, kijkt de anderen met een scheef oog aan en snapt grapjes niet zo snel. De anderen lachen, maken een opmerking. Hij maakt zich kwaad, maat het lukt hem om zich te beheersen. Hij zegt: "ik vind het zo niet leuk, kunnen we ook samen een ander spel doen? Ik heb Jeu de boules bij me." De andere kinderen houden hun mond, ze kennen Jeu de boules niet, en knikken. "We doen graag mee."
Ik praat later met hem over het spelen in de speeltuin, hij zegt: "ach, sommige kinderen zijn zure appels, en wat ben ik?" Ik weet het niet zo goed, "een Jonagold?" Hij begint te lachen, "nee hoor, ik ben een banaan, maar we zijn allemaal fruit!"

maandag 18 april 2016

hoe kan het?


Op sommige dingen heb je geen grip, al zou je dat nog zo graag willen. Jongeren (met een beperking) behoeden voor de pijn, het verdriet van het missen van een dierbare. Altijd moest ze lopen, heel ver. Ze heeft gevochten, maar kon niet meer. ‘Hoe kan dat nou, dat je niet wil eten?’ vroeg een jongen aan mij. ‘Dat bestaat toch niet.’ Helaas wel, ik probeer hem uit te leggen dat je stemmetjes in je hoofd kunt hebben, die blijven maar doorpraten. Over wat je wel moet doen, wat je niet moet doen. Dat snapt hij wel, maar deze stemmen dan? Wat zeggen die… Deze stemmen zeiden dat ze niks mocht eten, en als ze iets at dat ze dan heel ver weg moest lopen – tot ze niet meer kon – en dan weer terug. Hij knikt, ‘het is niet eerlijk.’ En nu de begrafenis, hoe gaat dat, wat moet ik aan en moet ik iets doen? We gaan op de bank zitten, ik leg hem uit hoe een uitvaart verloopt; het afscheid, het begraven en het condoleren. Hij knikt, lijkt het te snappen, en wil nog even kwijt: ‘In de hemel zouden ze je gewoon terug moeten sturen. Zo jong, dan mag je daar nog niet naar binnen.’

 
Voor hulp bij rouwverwerking:


Aanwezig en dichtbij zijn voor het kind,
vragen beantwoorden die het kind heeft,
samen nadenken over het afscheid nemen.

vrijdag 18 maart 2016

op jezelf

Of ik even wilde poseren, vroeg mijn nichtje, wel met mijn handen voor mijn ogen zodat ik niet herkenbaar in beeld kom. Het is voor een speciaal project, op de academie in Brussel. In België proberen elke week 5 studenten een einde aan hun leven te maken. Dat is veel, te veel aangezien niet alle cijfers bekend zijn ligt het aantal waarschijnlijk zelfs hoger. Hoe komt dit? Belgische jongeren leren niet om over hun gevoelens te praten. Tijdens de studententijd zijn er al snel (veel) negatieve gevoelens, door het ervaren van negatieve gebeurtenissen zoals slechte cijfers en een relatiebreuk. Leren bewust worden van deze gevoelens, leren praten over deze gevoelens, en hulp zoeken – dat wil de academie onder de aandacht brengen. Mijn nichtje had een goed idee, posters die nieuwsgierigheid opwekken. Natuurlijk wil ik daar aan meewerken!


In Nederland lopen ook veel jongeren rond met negatieve gevoelens, voor informatie, een luisterend oor en hulp: https://www.113online.nl/

woensdag 3 februari 2016

Grote mond ...

“Jij mόét naar mij luisteren. Ik zeg wat jij moet doen.” Met mijn voet stop ik de voetbal die naar mij toe rolt. Ik kijk het kereltje aan, tien jaar oud. We zijn buiten aan het voetballen. Hij staat achter en wil niet dat ik in het doel ga staan. Ik kijk hem aan, “Pardon? We luisteren naar elkaar, je mag wat aan mij vragen.” Hij begint te trillen, “Ben je boos, zijn we vriendjes?”
Hij is vooral erg druk, met hem naar buiten gaan vinden ouders het belangrijkste voor nu. Hij kan zijn energie kwijt, ik kan hem beter leren kennen. Deze vent heeft de afgelopen tien jaar genoeg meegemaakt. Een lief mannetje met een hele grote mond. Ik benoem dat ik het niet leuk vind, schreeuwen is niet nodig als ik dichtbij sta. We zijn nog geen vriendjes, ik ken je pas kort, wel vind ik je aardig. Hij knikt, we kunnen verder spelen. Opboksen tegen twee grote broers is het minste van al zijn problemen. Beschermd voelen door het gezin waar je in opgroeit is erg belangrijk voor de verdere ontwikkeling. Ik merk dat hij zich groot maakt, verschuilt achter het gebruik van moeilijke woorden, schreeuwen en schelden. Maar als het er op aan komt, grijpt hij snel mijn hand voordat we oversteken.

vrijdag 11 december 2015

Lichaamstaal therapie





Interessante bespreking gehad bij de gemeente Hattem. Bij het inzetten van een interventie bij jongeren wordt vaak vanuit leer-theoretisch perspectief gekeken. Wat moet er anders? Dat wordt beloond of juist bestraft. Dit is de gebruikelijke methode, maar is dit ook de beste methode? Inmiddels vergoed de gemeente ook therapie vanuit de dynamisch systeem theorie.
Het werken met Emerging Body Language (EBL) is anders dan ik verwachtte. Er wordt niet volgens een vast protocol gewerkt. De theorie gaat er van uit dat processen niet lineair verlopen. Ieder mens is een dynamisch systeem, er zijn altijd schommelingen die aangepast worden binnen het lichaam. Bij deze interventie methode wordt niet naar het ‘wat’, maar naar het ‘hoe’ gekeken. Met ‘wat’ wordt hier bedoeld: wat moet er worden geleerd, de inhoud (dit is de leer theoretische invalshoek). Met ‘hoe’ wordt hier bedoeld: hoe wordt het geleerd, de manier waarop geleerd wordt. EBL is niet taakgericht, maar relatie gericht. Het doel is onbelangrijk, de weg er naartoe geeft de waarde aan van het leren. Je werkt vanuit de kwaliteiten die de jongere bezit. Ik sluit aan bij de jongere, vanuit de relatie die ontstaat tussen ons leren we van elkaar, dit is namelijk een natuurlijke wijze van elkaar iets leren. Het leren gaat vanzelf. Ik sta niet boven de cliënt, maar naast de cliënt. Het is niet “ik leer jou iets, want jij kan het niet”, maar “wij leren elkaar iets nieuws, iets dat we voorheen niet konden.” Als een kind moeite heeft met gangbare behandelingen, is werken vanuit EBL een prima oplossing. Kijk eens vanuit een andere invalshoek naar een kind.