dinsdag 20 september 2016

Hoe doe ik dat?

Bij de begeleiding van jongeren komt de vraag vaak voor. Van de jongere aan mij, of soms in mijn eigen hoofd. Sociale contacten opbouwen, meer bewegen, prettig in mijn vel zitten; hoe doe ik dat? Uitleg geven, een rollenspel, zelf een vraag stellen en af en toe het antwoord geven. De begeleiding is zoveel mogelijk aansluiten bij de vraag van de jongere. Soms is de vraag van de jongere er niet, wel vanuit zijn of haar omgeving. Naar de uitleg wordt niet geluisterd, het rollenspel kan ik wel vergeten, de vraag wordt genegeerd en het antwoord niet gehoord. Wat wil de jongere wel? En, hoe doe ik dat? Aansluiten bij waar de jongere op dat moment staat. Een aansluiting dichtbij het sukkelige/saaie/stomme ‘iets’ wat die omgeving dus als een probleem ziet. En dat heb ik al zo vaak gehoord en daar moeten wij nu dus iets mee, maar daar wil ik met jou niks mee. Wat ik wel wil? Mijn telefoon en een luie stoel. Op die telefoon gebeurt HET.
Opeens heb ik het, de google play-store, zit ook op die telefoon. In die google play-store daar zit al dat sukkelige/saaie/stomme ‘iets’ verpakt in apps, hoe om te gaan met ….. Daar zitten we, de telefoon als aansluiting, de apps als brug en het ‘iets’ komt steeds dichter bij, maar wel leuk verpakt!

vrijdag 19 augustus 2016

(on)zichtbaar

Lekker kleuren, schilderen en kliederen. Vol met de handen in de verfpot, al druppelend deze er weer uit trekken en smeren maar! Eén grote kliederboel. Op het grote stuk karton kan het kind zijn gang gaan. Geen regels, alles mag. "pas op - kijk uit - niet doen" hoeft niet gezegd te worden, dat hoort dit kind bijna dagelijks. Ik heb het omgedraaid: op het stuk karton mag alles. De randen van het karton zijn de grens. Het kind leeft zich uit en geniet. Op een positieve manier weet het kind tot waar het kan gaan. De grens is duidelijk zichtbaar, op deze manier kan het kind oefenen met grenzen. Wat is de grens bij voorwerpen, de grens in situaties, de grens bij de ander en de grens bij mijzelf? Octo en Patrick (twee figuren uit de serie Spongebob) zwemmen in de woeste zee op het karton. Binnen de gestelde lijnen kan alles. 

woensdag 20 juli 2016

Sjalla hee, sjalla la sjalla hopsasa

Het is vakantie! En wat een heerlijk weer. Door de zon ziet het er allemaal een stuk vrolijker uit. Een duik nemen, in het diepe... Ik ga ervoor! Verhuizen en samenwonen; geen loondienst, maar mijn eigen praktijk. Heel spannend, toen ik tijdens het opruimen een oude video tegenkwam van Pippi Langkous moest ik denken aan haar motto: "Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan". Heel mooi in deze tijd. Met de vakantie in het vooruitzicht een heel goed voornemen voor deze zomer. Zijn er dingen die je niet hebt gedaan, want je denkt 'Ik kan het niet, het zal me niet lukken.' Stel jezelf de vraag 'Hoeveel bewijs is daarvoor?' Misschien is het wel een nieuw talent. Er valt veel te ontdekken. Aan de slag in je eigen huis, tuinieren, schilderen, nieuwe sporten uitproberen, samen met de kleintjes iets maken, doen of bekijken. Ga ervoor!

dinsdag 21 juni 2016

Zelfregulatie op het EK

"Dan word ik dus heel boos en dat wil ik niet", besluit het 8jarige jongetje bij mij aan tafel. Hij vertelde over ruzies op school, op het voetbalveld en thuis met zijn broer. Aan tafel kan hij goed uitleggen wat er gebeurt, en wat hij beter had kunnen doen. Op het veld lukt hem dat niet. Samen gaan we werken aan zelfregulatie. "Wat is dat??"
Ken je Christiano Ronaldo? Hij speelt voor Portugal. Hij is een goede voetballer, kan hard rennen met de bal. Overspelen doet hij niet zo vaak, liever scoort hij zelf. Als de scheidsrechter fluit wordt hij gelijk boos. Als het te lang duurt gaat hij anderen duwen en schreeuwen. De andere spelers vinden hem niet zo aardig. Ronaldo heeft weinig zelfregulatie.
Ken je Gareth Bale? Hij speelt voor Wales. Hij is een goede voetballer, hij speelt over naar de medespelers en zorgt voor kansen om te scoren, of scoort zelf. Als de scheidsrechter fluit kijkt hij op en luistert goed. De andere spelers vinden hem aardig. Bale heeft veel zelfregulatie.
Aandachtig luistert hij naar mijn 'kennis' over voetbal, hij knikt, kent de voetballers wel. "Ik zou wel meer als Bale willen zijn, kan ik dat leren?" Laten we kijken hoever we komen, tot de finale van het EK!

woensdag 18 mei 2016

Fruit!

Soms kun je nog wat leren door te luisteren naar het mensje tegenover je aan tafel. Het jongetje van tien jaar heeft een reeks diagnoses opgeplakt gekregen in de afgelopen jaren. Druk, anders dan anderen en extreme angsten, waardoor hij naar het speciaal onderwijs gaat. Op school loopt dat best goed, maar thuis, buiten in de speeltuin werkt het niet altijd even soepel. Hij rent wat houterig, kijkt de anderen met een scheef oog aan en snapt grapjes niet zo snel. De anderen lachen, maken een opmerking. Hij maakt zich kwaad, maat het lukt hem om zich te beheersen. Hij zegt: "ik vind het zo niet leuk, kunnen we ook samen een ander spel doen? Ik heb Jeu de boules bij me." De andere kinderen houden hun mond, ze kennen Jeu de boules niet, en knikken. "We doen graag mee."
Ik praat later met hem over het spelen in de speeltuin, hij zegt: "ach, sommige kinderen zijn zure appels, en wat ben ik?" Ik weet het niet zo goed, "een Jonagold?" Hij begint te lachen, "nee hoor, ik ben een banaan, maar we zijn allemaal fruit!"

maandag 18 april 2016

hoe kan het?


Op sommige dingen heb je geen grip, al zou je dat nog zo graag willen. Jongeren (met een beperking) behoeden voor de pijn, het verdriet van het missen van een dierbare. Altijd moest ze lopen, heel ver. Ze heeft gevochten, maar kon niet meer. ‘Hoe kan dat nou, dat je niet wil eten?’ vroeg een jongen aan mij. ‘Dat bestaat toch niet.’ Helaas wel, ik probeer hem uit te leggen dat je stemmetjes in je hoofd kunt hebben, die blijven maar doorpraten. Over wat je wel moet doen, wat je niet moet doen. Dat snapt hij wel, maar deze stemmen dan? Wat zeggen die… Deze stemmen zeiden dat ze niks mocht eten, en als ze iets at dat ze dan heel ver weg moest lopen – tot ze niet meer kon – en dan weer terug. Hij knikt, ‘het is niet eerlijk.’ En nu de begrafenis, hoe gaat dat, wat moet ik aan en moet ik iets doen? We gaan op de bank zitten, ik leg hem uit hoe een uitvaart verloopt; het afscheid, het begraven en het condoleren. Hij knikt, lijkt het te snappen, en wil nog even kwijt: ‘In de hemel zouden ze je gewoon terug moeten sturen. Zo jong, dan mag je daar nog niet naar binnen.’

 
Voor hulp bij rouwverwerking:


Aanwezig en dichtbij zijn voor het kind,
vragen beantwoorden die het kind heeft,
samen nadenken over het afscheid nemen.

vrijdag 18 maart 2016

op jezelf

Of ik even wilde poseren, vroeg mijn nichtje, wel met mijn handen voor mijn ogen zodat ik niet herkenbaar in beeld kom. Het is voor een speciaal project, op de academie in Brussel. In België proberen elke week 5 studenten een einde aan hun leven te maken. Dat is veel, te veel aangezien niet alle cijfers bekend zijn ligt het aantal waarschijnlijk zelfs hoger. Hoe komt dit? Belgische jongeren leren niet om over hun gevoelens te praten. Tijdens de studententijd zijn er al snel (veel) negatieve gevoelens, door het ervaren van negatieve gebeurtenissen zoals slechte cijfers en een relatiebreuk. Leren bewust worden van deze gevoelens, leren praten over deze gevoelens, en hulp zoeken – dat wil de academie onder de aandacht brengen. Mijn nichtje had een goed idee, posters die nieuwsgierigheid opwekken. Natuurlijk wil ik daar aan meewerken!


In Nederland lopen ook veel jongeren rond met negatieve gevoelens, voor informatie, een luisterend oor en hulp: https://www.113online.nl/